Van dat je denkt: da’s eigenlijk niet meer dan een anekdote

Ze heette Puck en ze speelde vroeger een dikkige mevrouw op de achtergrond in series als Medisch Centrum West.

Een maand of wat geleden herkende ik haar in het café. Ik ben een sucker voor belegen televisie, vandaar. Ze werd er bijna emotioneel van. Dat iemand zich haar doorwrochte rol als sekteleider in Goede Tijden, Slechte Tijden kon herinneren!

Of ik haar dan ook nog kende van Vrouwenvleugel?

En SamSam?

En Zeg ‘ns Aaa? Daar zat ze trouwens in de nieuwe serie ook weer in en of we nog een pilsje moesten?

Het was duidelijk: we hadden een vriendin voor het leven gemaakt. Er werd een Polaroid geschoten met daarop drie vrolijke knapen en de struise dame op leeftijd. We mochten bijna niet weg van Puck. Ze had nog een krat bier thuis en we waren zo vriendelijk en haar huis was vlakbij.

We bedankten vriendelijk voor de eer en namen afscheid van Puck en haar hondje. Dat was niet groter dan een uit de kluiten gewassen Balisto en werd vervoerd in een handtas. Het beestje trilde aan een stuk door als het spreekwoordelijke stuk riet. Met onvaste pas en haar hond aan de boezem stiefelde Puck de gracht op. “Flauw hoor!” riep ze ons nog na. En: “Van de zomer gaan we barbecuen jongens!”

Ik heb tot op de dag van vandaag niet het genoegen gehad om in Pucks tuin een sucadelap op de grill te leggen. Wel kwam ik de diva een paar dagen geleden weer tegen. Zelfde terras, zelfde glas. En hetzelfde trillende beest in het tasje. Of ik wist dat ze ook in een musical had gespeeld?

Dat wist ik niet.

Ik wist wel dat ik moest plassen. Toen ik terugkwam was mijn stoel ingenomen door een van mijn vrienden. Ik streek neer naast Puck op de bank die tegen de gevel van het café stond en begon aan een betoog over het talent van John Leddy.

Na een minuut staarde vriendin S. me plots verschrikt aan, sloeg een hand voor haar mond en wees naar de bank.

“Eeeh, waar jij nu zit..”
“Ja?”
“Daar zat net nog een hond.”

Ik vloog omhoog. En inderdaad: verbaasd kwam er een hondenneus uit een verfomfaaide handtas zetten. Onbeholpen begon ik de vitale levensfuncties van het schepsel te controleren. Vier poten zaten er nog aan, en het beest had de ogen open, dus dan zou het wel goed zijn toch?

Puck had –druk in gesprek met de buurman- niet eens gemerkt dat ik een minuut lang haar dierbare  knuffel tot nog kleinere proporties had geperst. Ze draaide zich naar me toe en vroeg of ik ooit die aflevering van 12 Steden, 13 Ongelukken had gezien waar ze in had gespeeld.

Ik zei dat het mijn allerfavorietste aflevering aller tijden was en voelde niet zonder opluchting een natte minitong aan mijn hand likken.


1 ster2 sterren3 sterren4 sterren5 sterren
Gemiddelde: 5,00
Aantal stemmen: 4
Loading ... Loading ...
Link naar deze pagina
Maak favoriet
Mail ons!
<<< Ga terug

Over de auteur

Bekendheid kreeg hij met de presentatie van de AVRO's Wie-kent-kwis met de zogenaamde marmotten-race, waarbij het echter om cavia's ging. Hij werd verkozen tijdens het Conclaaf van april 2005 en is auteur van onder meer het boek: "Standing Firm: A Vice-Presidential Memoir".

Een reactie op “Van dat je denkt: da’s eigenlijk niet meer dan een anekdote”

  1. “IK WAS OOIT DE MUZE VAN ERWIN OLAF”, schreeuwde Puck.
    “Ook naakt, Puck?” vroeg ik.
    “Ja, natuurlijk. Zo ging dat toen. Daar deed je niet moeilijk over.”
    Overwelmd door een Belinda/Heineken-walm keken we elkaar radeloos aan.
    “Het is tijd om te gaan.”
    En we dropen af.

Laat een bericht achter