Geitenstront? Dat lossen we samen wel op

Roken stinkt. Ik wou dat het anders was, maar dat is helaas niet zo. Zonder verder waardeoordeel hoor, maar het stinkt. Toen ik zelf nog rookte vond ik dat ook al, alleen interesseerde het me niet. Maar de stank is natuurlijk een feit.

Er is niemand die zijn oom die 35 shaggies per dag wegpaft stevig knuffelt en zegt: “Wat ruik je lekker!” Ook is er geen mens dat een wollen trui na een avond in een rokerige kroeg de volgende dag beetpakt, zijn neus er eens in steekt, diep inhaleert en dan in extase zegt: “Heerlijk!” Stank dus. Mee eens? Goed zo.

Welnu, als die stank zich zou beperken tot de rokers zelf – die vrijwel zonder uitzondering uit elke holte van hun vaak verrimpelde, dorre en met haaruitval kampende lichamen naar nicotine ruiken – zou er eigenlijk niets aan de hand zijn. Er zijn immers ook mensen die naar zweet, kots, pis of stront ruiken. Of een combinatie daarvan. Of mensen die afschuwelijk uit hun bek stinken. Of mensen die 20 cc eau de toilette over zichzelf heen gieten voordat ze de deur uit gaan. Nee, wij mensen kunnen op heel veel verschillende manieren stinken. En stinken? Dat is in zekere zin gewoon een grondwettelijk recht.

Wat al die andere stankvormen zo anders maakt dan roken, is dat de stank van tabaksrook overdraagbaar is en als het ware op je gaat zitten. Deze stank is dus niet alleen hinderlijk vervelend omdat je hem, net als bijvoorbeeld een flauwe bedorven pislucht, waarneemt met je neus en vaststelt dat het smerig is. Nee, tabaksrook wordt echt een deel van je. Het nestelt zich in je kleding, je haren en zelfs in je lijf. Dat is een cruciaal verschil.

Ik kan het beste illustreren hoe zot het eigenlijk is dat dit in de samenleving getolereerd werd met een knotsgekke en doldwaze hypothese. Stel dat ik er genoegen in zou scheppen om geitenstrontkorsten in een buisje te stoppen en op te roken, en dat geitenstront dezelfde nestelende eigenschap zou hebben als tabaksrook. Alleen zou het dan dus niet naar tabak ruiken, maar naar aangebrande geitenstront. En de kleren van iedereen om mij heen zouden daardoor dus ook naar verbrande geitenstront ruiken. Dan zou ik hier, ondanks het feit dat ik heel gezellig ben als ik trekjes geitenstront inhaleer terwijl ik een pilsje drink, waarschijnlijk nergens van mogen genieten.

Een werkelijk leuke grap over de combinatie geitenstront roken, moslims en Theo van Gogh wilde ons maar niet te binnenschieten.

Een werkelijk leuke grap over de combinatie geitenstront roken, moslims en Theo van Gogh wilde ons maar niet te binnen schieten.

“Flikker op met die strontrook!”, zou ik in elke kroeg te horen krijgen. Ik zou verbannen worden en mijn kruidige geitenstrontkorsten uitsluitend kunnen oproken in ruimtes waar niemand er last van zou hebben. In exclusieve cabines voor geitenstrontrokers bijvoorbeeld. Zou ik dat erg vinden als geitenstrontroker? Ik denk eerlijk gezegd dat ik het wel zou begrijpen. Mensen ongevraagd blootstellen aan geitenstrontrook, waardoor ze zelf ook naar geitenstront gaan ruiken? Dat is nu eenmaal een beetje asociaal.

Er is geen enkel argument om tabaksrokers niet volledig gelijk te stellen aan geitenstrontrokers. Geen enkel argument.

Tabaksrokers kunnen – net als geitenstrontrokers overigens – al jaren niet meer terecht op hun werkplek, in de bus, in het vliegtuig, in de bioscoop, in de trein en in sommige restaurants. Op die plekken vonden we het ooit heel normaal om in hun stank te zitten. Totdat we erachter kwamen dat het daar veel fijner is als er niet gerookt wordt. Waarom dan nu ineens al die pathetische ophef omdat rokers de kroeg als rookdomein kwijtraken? Terwijl we onze kleding niet meer hoeven te wassen na een avond in de kroeg of geen branderige ogen meer krijgen. Om nog maar te zwijgen over het gezondheidsaspect. Eindelijk is de tabaksroker gelijkgesteld aan de geitenstrontroker. Het werd godverdomme tijd. De protesten verstommen vanzelf wel, en over een paar jaar is roken in de kroeg net zoiets als roken in het vliegtuig. Iets dat vroeger nog – onvoorstelbaar! – gewoon mocht.

De imagotransformatie die onze rokende medemens momenteel doormaakt van stoere vrijbuiter aan de bar naar zielige, meelijwekkende trillende junk bij de deur – zeker met de wintermaanden voor de deur – is onomkeerbaar en stemt me hoopvol voor het beeld dat mijn dochter (nu nog vijf maanden) van rokers gaat krijgen. Dat is een heel ander beeld dan het mijne toen ik opgroeide. Of ze er nu wel of niet ooit mee begint moet ze zelf maar zien, ik kan er in elk geval zeker van zijn dat zij de roker meteen van jongs af aan ziet voor wat hij is, als hij trillend buiten staat terwijl alle andere mensen gezellig binnen zitten zonder dat ze midden in een gesprek ineens een compulsieve junkendrang krijgen om buiten aan een brandend stokje te zuigen. En ze zal dus zien dat roken helemaal niets met vrijheid of ruimdenkendheid te maken heeft maar vooral met dwangmatige afhankelijkheid.

“En al die uitlaatgassen dan, waar ik ongevraagd aan wordt blootgesteld?”, vragen de door al dit grote onrecht verontwaardigde rokers (ik ken er erg veel) zich vaak hardop af. Als we de zieligheid, de wanhoop en vooral ook de arrogantie van iemand die zijn individuele recht om tabak te roken gelijkstelt aan het economische belang van mobiliteit voor de gehele samenleving even vergeten, hebben rokers daar op zich best een punt mee.

Het antwoord erop is echter erg simpel. Zoals wij als samenleving ook jarenlang alle overlast van rokers accepteerden omdat wij het recht om te mogen roken belangrijker vonden dan de nadelen die dit met zich meebracht, zullen wij als samenleving ook de overlast van onze mobiliteit (luchtvervuiling, uitputting van de aarde) blijven accepteren tot het moment komt dat we daarvan zeggen: genoeg nu. En het is zeer waarschijnlijk dat dit op een dag ook gebeurt (al was het maar omdat de olie op een dag gewoon op is).

En tot die tijd blijven we gewoon lekker autorijden. En zal elke roker bij het zien van een dampende uitlaat worden overvallen door een golf van onrechtvaardigheidsgevoelens en verlangen en bij zichzelf denken: ‘Die Mercedes wel en ik niet, het is gewoon niet eerlijk!’ Tja, het leven is ook niet altijd eerlijk. Vraag het maar aan een willekeurige geitenstrontroker.

Jonkheer Ton

Verstokte roker Ron Lubbema: "Waarom die Mercedes wel en ik niet?"



1 ster2 sterren3 sterren4 sterren5 sterren
Gemiddelde: 4,67
Aantal stemmen: 3
Loading ... Loading ...
Link naar deze pagina
Maak favoriet
Mail ons!
<<< Ga terug

Over de auteur

Af en toe mogen gasten een bijdrage leveren aan de Ridders van het Vrije Woord. Omdat iedereen een eerlijke kans moet krijgen.

9 Reacties op “Geitenstront? Dat lossen we samen wel op”

  1. *krrkk-krrrk*

    ATTENTIE! GEFRUSTREERDE GESTOPTE ROKER ALERT!

  2. De denkfout die meneer Ton hier maakt is natuurlijk dat niemand hem dwingt om een cafe binnen te stappen waar gerookt wordt. Als er een plek zou zijn waar mensen geitenstront roken, mag dat van mij. Ik hoef er immers niet naar binnen?

  3. Allereerst ben ik geen gefrustreerde ex-roker. Ik heb de ruggengraat van een naaktslak, dus als ik met afgunst naar rokers zou kijken, was ik allang weer begonnen. In plaats daarvan is de enige emotie die ik bij rokers voel medelijden. Gelukkig.

    En kdg: de reden dat we nu zijn aanbeland bij dit (eerlijk is eerlijk: wat overdreven) verbod is natuurlijk omdat de horeca jarenlang zelf heeft aangekondigd iets aan deze vorm van overlast te doen maar deze kans heeft laten liggen.

    Enne… Ik heb een stel gezonde longen en geen contactlenzen, dus ik heb persoonlijk weinig last van een rokerige kroeg. Maar iemand met astma of een andere longziekte heeft die keuze die jij voorstelt helemaal niet. Die kan daar gewoon niet naar binnen. Iemand met gevoelige ogen ook niet. En met een klein kind een kop koffie drinken in een café kon vroeger ook niet (tenzij je je kind daaraan wilt blootstellen).

    Maar goed, deze hele discussie kun je heel lang blijven voeren, dat lijkt mij voor rokers alleen maar nog frusterender. Het is net zoiets als blijven praten over de finale van het WK ’74. Hoe lang je er ook over doorzeurt, we weten allemaal wie de verliezers zijn.

    Zo. En nu ga ik me nu hardmaken voor en verbod op die ernergieslurpende terrasverwarmers. Want die stookkosten worden doorberekend in de prijs die de niet-rokende ome Ton voor zijn pilsje betaalt. Schandalig!

  4. Zo jammer dat ik geen zes sterren kan geven…

  5. Over gefrustreerde ex-rokers gesproken…

    Kruip in uw hollen, ik zal u snel snedig van repliek gaan dienen. Hoedt u!

  6. Mooie smoesjes over kinderen in een kroeg. Maar die zie je daar natuurlijk niet. Het blijft een overheid die zich bemoeit met dingen waar ze niks te zoeken heeft. En je astma-argument… tsja… da’s alsof je een blinde mee naar de nachwacht neemt.

    Maar weet je wat, Ton.. Laten we onze maatschappij lekker inrichten op kasplantjes. Dat had Dariwin graag zo gezien.

  7. Dat over kinderen in de kroeg is natuurlijk geen onzin. Ik heb jarenlang in een bar/kroeg gewerkt, waar overdag gewoon geluncht en volop gerookt werd. Op vrijdag- en zaterdagmiddag leek het daar soms een kindercreche. Dus wat betreft zie je ze daar wel degelijk. En wat dat betreft is het ook maar goed dat kinderen niet meer mee kunnen genieten van andermans rook.

    Nog iets anders: dat rookverbod is er toch gekomen om de werknemers in de kroeg niet meer bloot te stellen aan meeroken? Of zie ik dat verkeerd?

  8. @ Ton & Ridder Vincz: ik had het niet beter kunnen zeggen!

  9. Jarenlang zijn kroeg-uitbaters en niet-rokers dan ook massaal in dat enorme gat in de markt gesprongen. Je kon tot 2008 je kont niet keren in een middelgrote stad of dorp door de vele niet-rook kroegen. Het was verdomme zoeken naar een naald in een hooiberg naar een etablisement waar men mocht roken. En nu zitten alle niet-rokers massaal de kas van het cafe te spekken. Ik ken een kroegbaas die waarlijk 50 Euro omzet per avond draait. Gek genoeg staat IEDEREEN zijn of haar drankje buiten op te drinken. Binnenkort is dat niet meer buiten de kroeg, maar de supermarkt. Want deze kroegbaas kapt ermee voordat ‘ie te arm is om ooit nog een Marlboro’tje op te steken…
    En aangezien dit toch het domein van vrije meningsuiting is durf ik daar nog wel tegenaan te poneren dat niet-rook-activisten te vergelijken zijn met moslim-jihadi’s. Als die zien dat je vrolijk zit te zuipen en varkensvlees te eten komen ze EXPRES zo dicht mogelijk bij je zitten om daarna lekker te gaan lopen klagen en kankeren om hun sharia op je te kunnen botvieren. Sterker nog: als ik hier mijn adres zou vermelden met de mededeling dat ik daar lekker weg zit te paffen, dan zouden de Stivoro-SS-ers uit alle hoeken en gaten tevoorschijn komen om ertegen te protesteren.
    Dus hup: roken in de kroeg moet weer worden toegestaan. Er zullen genoeg plekken overblijven waar het rook-vrij zal blijven. Maar de ervaring leert dat zelfs de niet-rokers naar de rook-kroegen zullen gaan, voor de gezelligheid.
    En er moeten ook weer van die te gekke Drum- en Marlboro-reclames op TV en in de bioscoop. Die waren altijd fantastsich!

Laat een bericht achter